pagina 1 Rondje Haastrecht - Vlist - Haastrecht Een wandeling over tiendwegen, kaden en andere polderpaden in dit betrekkelijk ongerepte stukje Groene Hart. De wandeling gaat grotendeels over onverharde paden die modderig kunnen zijn. Goede wandelschoaenen worden daarom aanbevolen. Naast de rotonde op de Provincialeweg in Haastrecht staat het TOP (Toeristisch Overstappunt), vlak voor het gebouw van Concordia. De wandeling is verdeeld in twee trajecten. 1: heen van Haastrecht naar Vlist: 7.2 km, en 2: terug van Vlist naar Haastrecht: 9.1 km. De wandeling is dus 16.3 km lang, maar kan desgewenst worden verlengd of verkort. Knooppunten van traject 1 en de varianten. 1 89 ] 78 ] 77 ]79 ] 11 ] 12 ] 84 1a 89 ] 78 ] 76 ] 75 ] 77 ] zie verder bij 1 1b 89 ] 79 ] zie verder bij 1 Bij het bord TOP is de paal met KP 89. Hier is het startpunt en het eindpunt van de wandeling. 1/1a Volg de rode pijlen op de gele veldjes naar KP 78. Dus langs het gebouw van Concordia, links aanhouden op de Zwarteweg, aan het eind even rechts op de Jan van Arkelstraat en dan meteen linksaf op de Koekoekstraat. Ga aan het eind rechtsaf op de Korte Tiendweg: een verhard pad met daarlangs wilgen. Tiendwegen zijn aangelegd tijdens de ontginning van het gebied in de middeleeuwen. Ze lopen evenwijdig aan een boerderijenstrook langs een dijk van een rivier of een wetering (in dit geval de Hollandsche IJssel) en dus dwars op de lengterichting van de typerende, langwerpige kavels, die zij daarmee doorsnijden. Ze dienden als waterkeringen en verbindingswegen. De boeren plantten er bomen voor de stevigheid en mochten het hout snoeien voor eigen gebruik. Over de herkomst van de naam tiendweg tast men in het duister. Volgens sommigen is het woord afgeleid van de tienden, een belasting die werd geheven op de oogst. Anderen zoeken een verklaring in het tiën of trekken van karren of schuiten op de weg of de weteringen, of in het tiën (wegstromen) van water. Weer anderen verklaren de naam uit het tiendhout ofwel griendhout dat op de weg of kade stond of uit de takken (tienden) die zijn gebruikt bij de aanleg van de weg. Ga na 600m over een brug linksaf: hier begint het natuurgebied Bilwijk van het Zuid-Hollands Landschap. Rechts van het wandelpad ligt een perceel dat begroeid is met bomen en struiken. Na 800m aan het eind van het pad is KP 78. Hier splitst de route in 1 en 1a. 1 Ga hier even naar links en dan rechtsaf. Na 600m kom je bij KP 77, aan de Bilwijkerweg. Ga hier linksaf. Zie verder bij route 1/1a. Nb: Dit deel van het traject is niet voor wandelaars toegankelijk van 1 maart tot 1 juli vanwege het vogelbroedseizoen. Daarom zijn er 2 alternatieven: 1a en 1b. Bij beide trajecten zijn er ook langere of kortere varianten in de wandeling opgenomen. Die worden aangegeven als 1a, 1b, 2a, 2b. De wandeling maakt gebruik van het wandelroutenetwerk van de provincie Zuid-Holland. Knooppunten zijn aangegeven met nummers op speciale zwarte paaltjes. De routes tussen de knooppunten zijn aangegeven met rode pijlen op gele veldjes, vaak op lantaarnpalen. De wandelkaart van Struinen en Vorsen is bij deze wandeling een handig hulpmiddel. START WANDELING 1a Ga bij KP 78 niet links, maar rechtsaf via de (dubbele) Schenkelkade. Links, in de polder Bilwijk, ligt een stuk bos. Dit is de ‘eendenkooi van Van der Marck’, die nu eigendom is van het Zuid-Hollandse Landschap en in beheer van J. Berkouwer. Je loopt in feite op afstand om de eendenkooi heen. Sinds de 14e eeuw is het bestaan van eendenkooien bekend. Op het hoogtepunt in de 17e en 18e eeuw waren er in ons land wel 1500. Ze lagen vooral in afgelegen en natte gebieden. Na de introductie van stoomgemalen, vanaf het einde van de 19e eeuw, werd het waterpeil in de polders verlaagd. Verreweg de meeste eendenkooien zijn sindsdien verdwenen. Nu telt ons land nog 118 officieel geregistreerde kooien. Ze hebben geen economische functie meer. De eenden die tegenwoordig nog in kooien worden gevangen (tussen 15 augustus en 31 januari), worden vooral geringd voor tellingen en wetenschappelijk onderzoek. De overgebleven kooien zijn van grote cultuur- en natuurhistorische waarde. Sommige kooien zijn te bezichtigen. Hoe het werkt... In het midden van een kooi is een kooiplas met één of meer vangpijpen: sloten met een kromming, waarlangs rietschermen zijn neergezet. Zoals veel eendenkooien heeft ook deze vier vangpijpen (in de vorm van een ‘roggenei’). Rondom een plas is een strook griendbos of struweel. Dit griendhout moet op z’n tijd worden gesnoeid. De kooiker werkte met tamme lokeenden, die dagelijks moesten worden gevoerd. Ze werden gekortwiekt en bleven het hele jaar op de kooiplas. Ook wilde eenden kwamen op de plas af. De kooiker hield zich achter een rietscherm onzichtbaar voor de eenden en begon te voeren. Hij stuurde zijn hondje via een vast parcours door de openingen in de schermen. De tamme eenden wisten dan dat ze gevoerd werden en volgden het hondje de pijp in en lokten zo de wilde eenden mee. Dan liet de kooiker zich zien bij de opening van de pijp. De wilde eenden vluchtten verder de steeds smaller wordende pijp in kwamen ze terecht in het vanghokje aan het einde van de pijp. Er resten nog uitdrukkingen als: ‘de pijp uitgaan’ en ‘achter de schermen’. Na 1200m kom je op een driesprong bij KP 76. Ga hier linksaf op een graskade naar KP 75 (1200m); de graskade buigt naar links en gaat over in een verhard pad en dan een asfaltweg (Groeneweg). Bij KP 75 op de driesprong linksaf op de Bilwijkerweg. Na 600m kom je bij KP 77. Ga verder bij route 1/1a/1b. Pagina 48

Pagina 50

Interactieve ewhitepaper, deze maandblad of onderwijsmagazine is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het digitaal maken van web uitgaves.

Recreatiekrant 2018 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication