RECREATIEKRANT 2019 - 31 istorisch Geelbuiken in Oudewater De inwoners van Oudewater worden ook wel ‘Geelbuiken’ genoemd. Vroeger liepen er veel inwoners van de stad letterlijk rond met een gele buik die men opliep tijdens het maken van touw. Met name in de 16e en 17e eeuw was Oudewater een belangrijke touwproducent. De stad lag strategisch, want het had goede verbindingen met belangrijke steden als Amsterdam, Rotterdam, Gouda, Delft, Dordrecht, Den Haag, Utrecht, Vlaardingen en Leiden. Veel van het touw dat in Oudewater gemaakt werd, belandde op vissers- en koopvaardijschepen, eerst vooral op de haringvloot, later ook bij de beroemde Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC. Oudewater bindt en verbindt Touwstad Voor de productie van touw werd destijds vooral hennep gebruikt, dat tot in de verre omstreken van de stad werd verbouwd. De drassige grond in het Groene Hart was hiervoor uitermate geschikt. Oudewater groeide zo uit tot een echte touwstad. In de Gouden Eeuw telde de stad tientallen zogenoemde grof-lijnbanen en andere aan touw gelieerde bedrijven. Wie de stad bezocht, trof dan ook overal touwarbeiders aan. De zogenoemde lijndraaiers werkten zowel in het centrum als in de straten rondom en op de stadswallen. Zij verwerkten de hennepvezels tot allerhande touwproducten. En dat Oudewater touwstad is, wil ze ook vandaag de dag nog weten. In het centrum bevindt zich een museum (zie pagina ?) dat gewijd is aan alles dat met touw te maken heeft. Hennepakkers Nu nog zijn erg smalle percelen in de Lopiker- en Krimpenerwaard te herleiden naar de vroegere hennepakkers, zoals bijvoorbeeld aan de Provincialeweg Oost in Haastrecht, de Noordzijdseweg in Polsbroek, Benedeneind Noordzijde in Benschop en de Hoenkoopse Buurtweg in Oudewater. Achtergrondinformatie is te vinden in ‘Holland in Touw’; een boekje over hennepteelt en touwfabricage in het Groene Hart. Uit archiefonderzoek blijkt dat vooral hier eeuwenlang de hennep werd geteeld. Hennep en hennepzaad werden aan het eind van de 14e eeuw in Schoonhoven genoemd naast graan, zuivel en vis. Rotterdam, Delft, Gouda, Oudewater, Montfoort, IJsselstein, Woerden, Leiden en Amsterdam hieven ooit accijnzen op deze belangrijke grondstof voor de touw- en zeilindustrie. Om de hennepplanten te kunnen verwerken, moesten deze onder meer roten - zeg maar rotten - in open (sloot)water. De sterke bastvezels kwamen dan los van de stengels. Het water vervuilde daarbij sterk. Op heel wat plaatsen werd het daarom verboden om hennep te roten. In de 14e eeuw mocht al niet meer in het riviertje de Vlist geroot worden. In het eerste deel van de gouden 17e eeuw bereikte de teelt en verwerking van hennep in het Groene Hart een hoogtepunt. Ten zuidwesten van Oudewater, in Hoenkoop, verbouwden alle 33 boerderijen hennep. Gemiddeld genomen waren de perceeltjes 30 bij 40 meter. De hennepteelt heeft zich met de nodige ups en downs tot ruim halverwege de 19e eeuw weten staande te houden. In de nazomer wordt de hennep in de sloot geroot en later te drogen gelegd. ouden parel Havenstraat 4 ‘de drye coninghen’ Pieter Gerritsz Paembruch (1544-1634) en zijn vrouw Marrichgje Jacobsdr. Speijert behoorden tot vooraanstaande families in Oudewater. Nadat hij in 1577 al eens als schepen benoemd was, werd hij in 1579 voor het eerst burgemeester. Het ambt van burgemeester rouleerde in die tijd onder de leden van het stadsbestuur. Altijd waren er twee burgemeesters en elke burgemeester was twee jaar in functie. Als burgemeester bezocht hij ongetwijfeld steden zoals Gouda, Den Haag, Utrecht, Woerden en Dordrecht. Omdat hij ook bouwmeester was zal hij daar ook grote bouwprojecten bekeken hebben. Daarbij zal hij zeker ideeën opgedaan hebben over hoe te bouwen. In 1588 maakte hij het bestek voor het bouwen van het nieuwe stadhuis en, ondanks protesten omdat hij dat jaar ook burgemeester was, kreeg hij deze opdracht. Tenslotte had hij het grootste metselaarsbedrijf. Maar hij bouwde ook veel woonhuizen in Oudewater. Een van de eerste woonhuizen die Paembruch bouwde was zijn eigen woonhuis: Havenstraat 4. De gevel van het huis ziet er nog steeds uit als een reclamefolder voor een bouwmeester; elke verdieping heeft een iets andere stijl. De naam van het huis, ‘de drye coninghen’, is nog ouder. In het begin van de zestiende eeuw, voor de brand, stond hier al een herberg die zo heette. Paembruch bouwde huizen, werkte mee aan de bouw van bruggen (o.a. de Romyen- of Remigiusbrug) en nieuwe vestingwerken. Gevels die stijlkenmerken vertonen van het werk van Paembruch zijn Havenstraat 9, Wijdstraat 11, Peperstraat 9 en Kapellestraat 5. Deze puien zijn vooral bekend van oude tekeningen, maar één originele pui, uit 1611, valt nog te zien op Donkere Gaard 3. In Oudewater zijn dus behoorlijk veel parels te vinden. Pagina 30

Pagina 32

Interactieve web catalogus, deze presentatie of flyer is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het converteren naar een online publicatie van internet lesmateriaal.

Recreatiekrant 2019 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication